Dit is een zeldzame Amorphophallus uit West-Afrika die van oorsprong voorkomt in Gambia en Senegal. De soort groeit daar voornamelijk in laaggelegen gebieden met vochtige tot moerassige bodems. Deze gebieden kennen seizoensgebonden droge perioden, waarin de plant bovengronds afsterft en als ondergrondse knol in rust gaat. De plant wordt ongeveer 70 cm hoog en vormt vanuit de knol één samengesteld blad. De bladsteel kan sterk variëren in kleur, van egaal donkergroen tot beige met donkergroene stippen. De bloeiwijze is relatief klein en verschijnt op een bloemsteel die ongeveer 50 cm hoog kan worden. Het schutblad is beige met groene stippen en omgeeft een donkergekleurde kolf.
In gematigde klimaten kan de soort als kamer- of kuipplant gehouden worden. Tijdens de groei kan de plant op een warme, lichte plaats worden gezet en kan de grond licht vochtig worden gehouden. Zorg voor een luchtige en goed doorlatende bodem, zodat overtollig water gemakkelijk kan weglopen. Wanneer het blad geel wordt en begint af te sterven, kan de watergift worden afgebouwd. Tijdens de rustperiode kan de knol droger worden gehouden totdat deze opnieuw begint uit te lopen.
Zaaibeschrijving: Plant het gekiemde zaad in een luchtige, goed doorlatende grondmix en houd de grond licht vochtig. Een temperatuur van ongeveer 22–28°C is geschikt voor de eerste ontwikkeling.