Henry's aronskelk heeft een opvallende donkerrode bloeiwijze laag boven de grond die wordt gevolgd door felblauwe bessen. De soort komt van oorsprong uit Taiwan en groeit daar in de ondergroei van subtropische bossen. De opvallende bloeiwijze bestaat uit een donkerrood schutblad met witte rand en een rozerode spadix die tot 50 cm groot kan worden in de natuur. Tijdens de bloei komt een sterke, rottende geur vrij, waarmee insecten worden aangetrokken voor de bestuiving. Daarna vormen groene vruchten die naar blauw kleuren bij rijping. De bladstengel is bijna volledig groen met enkele witte vlekken onderaan en de bladeren zijn frisgroen. De soort kan na enkele jaren voor het eerst bloeien en na de bloei zal de knol de rest van het jaar geen blad vormen.
Zoals andere Amorphophallus-soorten heeft deze plant 1 keer per jaar een rustperiode, waarbij het blad afsterft. Over het algemeen vindt dit plaats in de winter. De eerste jaren kan de soort als kamerplant gehouden worden, waarbij de knol in de winter vorstvrij, maar wel koel en droog bewaard kan worden. In gematigde klimaten kan de soort na enkele jaren in de volle grond geplaatst worden, aangezien de knol enkele graden vorst kan verdragen. Voor de zekerheid kunt u de knol voor de winter nog uitgraven en op een koele, vorstvrije plaats overwinteren.
Zaaibeschrijving: Na ontvangst van het gekiemde zaad kan deze direct geplaatst worden in zaai- en stekgrond. Voor de eerste ontwikkeling zijn temperaturen rond de 20 grC bevordelijk. Zorg voor een standplaats met veel indirect licht. Houd de grond constant licht vochtig.