Deze vrij winterharde aronskelk vormt na de bloei opvallende blauwe vruchten die tot diep paars verkleuren. Het is verder ook een sierlijke Amorphophallus-soort met frisgroen, vingervormig blad en een tot 1 meter hoge roze-bruine gevlekte steel. Na enkele jaren kan de plant bloeien met een lichtgroen schutblad en een crème-witte spadix. Van origine komt de soort voor in Yunnan (China) en het noorden van Laos, Thailand en Vietnam waar deze groeit op hoogtes van 100 tot 300 meter.
Zoals andere Amorphophallus-soorten heeft deze plant 1 keer per jaar een rustperiode, waarbij het blad afsterft. Over het algemeen vindt dit plaats in de winter. De eerste jaren kan de soort als kamerplant gehouden worden, waarbij de knol in de winter vorstvrij, maar wel koel en droog bewaard kan worden. In gematigde klimaten kan de soort na enkele jaren in de volle grond geplaatst worden, aangezien de knol enkele graden vorst kan verdragen. Voor de zekerheid kunt u de knol daarbij nog uitgraven en op een koele, vorstvrije plaats overwinteren.
Zaaibeschrijving: Na ontvangst van het gekiemde zaad kan deze direct geplaatst worden in zaai- en stekgrond. Voor de eerste ontwikkeling zijn temperaturen boven de 20 grC bevordelijk. Zorg voor een standplaats met veel indirect licht. Houd de grond constant licht vochtig.