De Bunya-den is een grote conifeer uit de regenwouden van Queensland, Australië. Daar komt de soort vooral voor in het Bunya Mountains National Park en is daarbuiten zeldzaam. De soort kan tot wel 50 meter hoog worden en heeft kleine bladeren met een scherpe punt. Bovenin richten de takken zich omhoog en onderin hangen ze naar beneden. Dit zorgt voor een bijzondere eivorm van oudere bomen. Na 15 jaar kan de soort kegels vormen, waarbij mannelijke kegels langwerpig zijn en ongeveer 20 cm groot. Vrouwelijke kegels zijn bolvormig, tot 35 cm groot en kunnen wel 10 kg zwaar worden! Ze bevatten 50-100 grote zaden en die behoren tot de grootste van alle coniferen. Aboriginals vieren elke 3 jaar de Bunya-feesten, waarbij deze zaden worden geroosterd en gegeten. In de natuur zijn het nu vooral kaketoes die de zaden verspreiden. Die vogels nemen ze mee om op te eten, maar laten ze af en toe vallen. Waarschijnlijk is er een uitgestorven diersoort die de zaden eerst heeft verspreid, want de zaadverspreiding is nu heel beperkt.
De soort kan enkele graden vorst verdragen en kan daardoor als kuipplant worden gehouden. In landen rondom het Middellandse Zeegebied kan de soort buiten worden aangeplant. Zorg voor een zonnige standplaats, een goed doorlatende grond en geef de plant regelmatig water.
Zaaibeschrijving: Zonder voorbehandeling zaaien in zaai- en stekgrond. Kieming na enkele weken tot maanden bij 20-30grC. Grond daarbij constant licht vochtig houden.