De marang is een zeldzame tropische fruitboom uit Borneo, die nauw verwant is aan de jackfruit. De soort is tegenwoordig echter ook verspreid naar Sumatra en de Filipijnen. De vrucht wordt voor consumptie vaak uit het wild geoogst en wordt buiten het oorspronkelijke verspreidingsgebied maar beperkt geteeld. Dit is opvallend, want de marang staat bekend om zijn goede smaak en wordt door veel mensen zelfs als lekkerder beschouwd dan de jackfruit. De vrucht wordt veelal vers als dessert gegeten, maar kan ook in verschillende gerechten worden verwerkt. Zelfs de zaden kunnen geroosterd gegeten worden.
De boom kan in de natuur 25 meter hoog worden en vormt bladeren tot wel een halve meter lang, maar blijft als kamer- of kuipplant een stuk kleiner. De bladeren zijn aan de bovenkant ruw behaard, wat ook al te zien is bij jonge zaailingen. De boom vormt zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen op dezelfde plant en kan onder tropische omstandigheden na enkele jaren voor het eerst vruchten vormen.
In gematigde klimaten kan de soort als kamer- of kuipplant worden gehouden. Zorg voor een warme standplaats met veel licht en een luchtige, goed doorlatende bodem. De soort komt van oorsprong uit een vochtig tropisch klimaat en heeft tijdens de groei regelmatig water nodig. Houd de bodem licht vochtig, maar voorkom dat de wortels langdurig in natte grond staan. De soort is niet winterhard en dient het hele jaar vorstvrij gehouden te worden.
Zaaibeschrijving: Na ontvangst van het gekiemde zaad kan deze direct gezaaid worden in zaai- en stekgrond. Dek af voor een hogere luchtvochtigheid en zet op een plaats met veel indirect licht. Een temperatuur tussen de 25-30 grC is ideaal voor de eerste ontwikkeling.