De drakenbloed-rotan is een bijzondere klimmende palmsoort uit Zuidoost-Azië die bekend staat om zijn bloedrode kleurstof die uit de hars wordt gewonnen. Van nature groeit de palm in de tropische bossen van Thailand tot West-Maleisië waar deze tegen andere bomen aangroeit. De naam drakenbloed werd vermoedelijk al in de 1e eeuw voor deze kleurstof gebruikt door de Grieken. Het pigment wat uit de hars wordt geoogst wordt gebruikt om textiel rood te kleuren, maar ook tandpasta en voedsel. Daarnaast zit er een stofje in de hars die eten minder bitter maakt en de kleurstof is dan ook populair in de voedingsindustrie. Ook wordt de stengel van de soort gebruikt om rotanproducten te maken. Vooral het vele oogsten van de kleurstof zorgt ervoor dat de klimmende palm steeds minder voorkomt in het wild.
De palm groeit in clusters van enkele stengels die tot 15 meter hoog kunnen klimmen. Daaraan groeien sierlijke geveerde bladeren die in de natuur tot 2,5 meter lang kunnen worden. Het is een tweehuizige palm, waardoor er voor de vruchtzetting mannelijke en vrouwelijke planten nodig zijn. De palm produceert in de juiste omstandigheden bloemtrossen die na bestuiving vruchten produceren die een schil hebben als een drakenhuid. De buitenkant van de vrucht zit vaak helemaal onder de rode kleurstof.
In gematigde klimaten kan de soort als kamerplant gehouden worden, waarbij het belangrijk is dat de palm ergens tegenaan kan klimmen. Zorg voor een goed doorlatende grond en een warme plaats met veel indirect licht. De soort doet het goed in tropische omstandigheden, dus het regelmatig besproeien van de bladeren kan helpen voor het creëren van een hogere luchtvochtigheid.
Zaaibeschrijving: Na ontvangst van het gekiemde zaad kan deze direct worden gezaaid in zaai- en stekgrond. Dek af voor een hogere luchtvochtigheid en zet weg op een plaats met indirect licht. Een temperatuur tussen de 24 en 30 graden Celsius is ideaal voor de eerste ontwikkeling.