Deze moerastaro behoort tot de aronskelkfamilie (Araceae) en komt van nature voor in de moerasbossen van Nieuw-Guinea en omliggende eilanden. Net als andere soorten binnen het geslacht groeit deze plant in zeer natte omstandigheden, vaak langs rivieren of in laaggelegen gebieden die regelmatig onder water staan. De soort vormt grote, pijlvormige bladeren op stevige bladstelen en kan in goede omstandigheden uitgroeien tot een mooie kamerplant. Over de exacte ecologie van deze soort is nog relatief weinig bekend, gezien de soort pas in 2024 is beschreven.
Het is een tropische soort die het beste groeit bij hoge temperaturen (25–30 °C) en een hoge luchtvochtigheid. Zorg voor een zeer vochtige tot natte grond; de plant kan zelfs met de wortels in een laag water staan. Een luchtig substraat met veel organisch materiaal, zoals veen, kokosvezel of sphagnum, werkt goed. Plaats de plant op een lichte standplaats zonder direct zonlicht. De soort ontwikkelt een ondergronds wortelstelsel (rhizoom) van waaruit nieuwe scheuten ontstaan. Hierdoor kan de plant zich geleidelijk uitbreiden wanneer de omstandigheden gunstig zijn.
Zaaibeschrijving: De gekiemde zaden kunnen direct in een zeer vochtig zaaimengsel worden geplaatst. Dit kan bestaan uit potgrond gemengd met extra organisch materiaal zoals sphagnum of kokosvezel. Houd de grond constant nat en zorg voor een temperatuur rond de 25–30 °C voor een goede verdere ontwikkeling.