De laaglandvijg is zeer zeldzaam en komt van oorsprong alleen voor op het eiland Nieuw-Guinea en heeft opvallende vruchten die lijken op bloemen. De soort groeit in laaggelegen tropische bossen en langs rivieren en is pas sinds 2019 als aparte soort beschreven. De soort lijkt op F. dammaropsis die in hooggelegen gebieden voorkomt van het eiland en nog grotere vruchten heeft. Deze laaglandvijg produceert een van de grootste bladeren binnen het Ficus-geslacht met bladeren tot 80 cm groot en 65 cm breed. De bladeren hebben opvallende lichte nerven en zijn enigzins gevouwen, waardoor de bladeren erg sierlijk zijn. De boom zelf groeit in de natuur tot 13 meter hoog en wordt bestoven door slechts één vijgenwespensoort. De bloemvormige vruchten worden ongeveer 8 cm groot en kleuren bij rijping van groen naar bruinrood en zijn eetbaar net als de vijg. Lokaal worden de vruchten echter niet gegeten, maar wel de jonge bladeren. Oudere grote bladeren worden gebruikt om eten in te verpakken voor het koken.
Een erg mooie soort om te houden als snel groeiende kamerplant. Aangezien het een tropische vijg is, is een hoge luchtvochtigheid van enig belang. In de zomer kan de soort op een beschutte plaats buiten staan. Bescherm de jonge plant tegen teveel direct zonlicht. Zorg voor een goed gedraineerde grond. Geef regelmatig water. Besproei de bladeren voor een hogere luchtvochtigheid. Temperaturen boven de 20 grC zijn ideaal voor de laaglandvijg.
Zaaibeschrijving: de zaden kunnen oppervlakkig worden gezaaid in zaai- en stekgrond. Houd de bodem constant licht vochtig en dek af. Zet op een plaats met veel indirect licht en een temperatuur tussen de 22 en 30 grC. Kieming kan meerdere weken tot maanden duren.