De olifantsappel is een tot 9 cm grote vrucht met plakkerig, bruin vruchtvlees. Dit is heel aromatisch, zoetzuur van smaak en bevat veel vitamines en mineralen. In verschillende Aziatische landen wordt de soort commercieel verbouwd, waarbij het vruchtvlees wordt verwerkt tot sap, jam of chutneys. Ook wordt er vaak wat kokosmelk aan toegevoegd of bevroren als ijsje genuttigd. De soort komt voor in de drogere tropische gebieden van Azië en dan vooral in India, Bangladesh en Sri Lanka. Daar groeit de olifantsappel als boom tot een maximale hoogte van 9 meter, waarbij deze bestand is tegen een droge periode en overstromingen tijdens de moesson. In Europa blijft de soort een stuk kleiner en kan deze als kuip- of kamerplant gehouden worden. Zorg daarbij voor een goed doorlatende grond en een zonnige standplaats. In de winter kan de plant vrij droog staan, maar in de zomer kan veel water worden gegeven. De olifantsappel is familie van alle Citrus-soorten en de groei is daarmee ook te vergelijken: langzaam, met decoratief blad en stekelige stengels.
Zaaibeschrijving: De kort houdbare zaden kunnen in zaai- en stekgrond worden gezaaid. Grond constant licht vochtig houden en afdekken met folie of glas. Kieming meestal binnen enkele weken bij 25-30 grC.