Deze kleine palm komt oorspronkelijk uit de tropische regenwouden van Borneo, waar hij groeit in de dichte ondergroei van het bos. De palm kan al bloeien wanneer hij ongeveer 60 cm hoog is, en volgroeide exemplaren kunnen een hoogte van ongeveer 2 meter bereiken.
Zaailingen produceren nieuwe bladeren met een wat rode kleuring, Dit wordt echter duidelijker bij oudere planten. Die vertonen een donkerrode tot paarse, gestipte kleuring op nieuw geproduceerde bladeren om giftig te lijken, terwijl ze dat niet zijn. Na enige tijd vervaagt deze verkleuring maar behouden de bladeren het gevlekte patroon, vergelijkbaar met Pinanga crassipes. De bladeren zijn geveerd, wat betekent dat een enkel palmblad bestaat uit verschillende kleinere bladeren. Nadat de bloeiwijze is gevormd en de bloemen zijn bestoven, verschijnen er kleine felrode vruchten die elk een enkel zaad bevatten.
De palm kan binnenshuis worden gekweekt in gematigde klimaten, maar dat kan een uitdaging zijn. De luchtvochtigheid is binnenshuis vaak laag, vooral in de winter, dus de palm kan daarbij regelmatig worden besproeid met water. Voor een optimale groei is een temperatuur boven 20 °C het beste, maar de minimumtemperatuur ligt rond de 15 °C. Het watergeven kan vrij frequent, aangezien de soort ook in moerassen voorkomt. Zorg ervoor dat de grond af en toe kan drogen en gebruik goed doorlatende grond. Zet de palm op een schaduwrijke standplaats.
Zaaibeschrijving: Het al gekiemde zaad kan direct worden gezaaid in een goed doorlatende grond van bijv. zaaigrond en Sphagnum-mos. Voor de eerste ontwikkeling is een temperatuur van boven de 20grC optimaal.