De zwarte mangrove groeit langs kusten in tropisch Amerika en West-Afrika, waarbij de bijzondere wortels opvallen. De luchtwortels steken rechtop uit de bodem omhoog en zijn aftakkingen van lange, ondergrondse kabelwortels. Met die luchtwortels kan de boom zuurstof opnemen, waarvan anders een tekort ontstaat door modder en zeewater. Net als andere mangroven zorgt dit wortelstelsel voor kustbescherming, maar zorgen de opstaande wortels van deze soort daarnaast ook voor het vasthouden van zand. Op die manier kan de kust zich op een natuurlijke manier uitbreiden.
Terwijl de rode mangrove (Rhizophora mangle) vaak in het water staat, groeit de zwarte mangrove iets verder op het land. In stukken die met vloed overstromen, maar bij eb droog komen te staan. In tegenstelling tot de rode mangrove heeft de zwarte mangrove daarnaast zoutklieren op zijn bladeren, waarmee overtollig zout kan worden afgevoerd. Onder de bladeren vormen zich kleine druppeltjes zout water die daar opdrogen en zoutkristallen vormen. Hierdoor krijgen de bladeren een witte onderkant.
De zaden van de zwarte mangrove zijn vivipaar (levendbarend) en dat betekent dat ze beginnen te ontkiemen, terwijl ze nog aan de boom vastzitten. Voor het beste resultaat plant u de zaden in een goed doorlatende, luchtige grond. Een mengsel van potgrond, zand en perliet werkt over het algemeen goed. Houd de grond constant vochtig, maar niet drassig, zodat de wortels voldoende zuurstof krijgen. De plant groeit het beste in de volle zon. Bij vorming van luchtwortels is het belangrijk om een grote pot te bieden.
Zaaibeschrijving: Zaai het zaad met de reeds zichtbare wortel naar beneden gericht in goed doorlatende, luchtige grond. Net diep genoeg zodat het zaad niet meer zichtbaar is. Zet de schaal op een zonnige plek bij een temperatuur van ongeveer 25-30 °C.