De zaden van deze soort hebben iets weg van een oog of een hamburger, waardoor deze vaak paardenogen, geitenogen, koeienogen of hamburgerbonen genoemd worden. Ook is deze soort de meest voorkomende zeeboon. De zaden hebben een zeer harde zaadwand en zijn daardoor bestand tegen een verspreiding via de oceaan. Ze komen inmiddels voor in een groot deel van Afrika en Zuid-Amerika, op eilanden in de Grote Oceaan en langs sommige kuststreken in Azië. De zaden worden dan ook regelmatig gevonden op stranden, zijn zeer decoratief en worden gebruikt voor sieraden. De plant is een grote klimmer tot 6 meter groot met gele bloemen die in de natuur bestoven worden door vleermuizen. De 15 cm grote peulen bevatten enkele zaden, zijn geribbeld en hebben fluweelzachte haren. Ze worden in Afrika gegeten als groente.
Het is een tropische plant die bij ons in huis of in een kas opgekweekt kan worden. Door deze regelmatig te snoeien, houdt u de grootte beperkt.
Zaaibeschrijving: Zaden licht inkepen (zonder kiemwit te beschadigen) en daarna 24 uur laten weken in lauwwarm water. Zaaien in zaai- en stekgrond, grond constant vochtig houden, afdekken met huishoudfolie of glas en op een warme plaats in huis laten kiemen.