Top

Bijzondere verhalen van klanten

Wij krijgen altijd veel leuke verhalen binnen. Op deze pagina geven wij afwisselend enthousiaste klanten het woord. 


De plantencollectie van Tim Mourits

Ik ben Tim Mourits, ik ben 14 jaar en ik woon in Noordwijkerhout. Ik vind planten bijzonder omdat er zo iets moois uit één klein zaadje kan komen.

Wanneer en hoe is je passie voor planten en zaden ontstaan? Hoe heb je het ontdekt?

Mijn passie voor planten is ontstaan toen ik vijf jaar geleden in het Keukenhof was en daar een vleesetende plant (Sarracenia flava) had gekocht. Ik ben daarna steeds meer planten gaan kopen en op internet gaan zoeken naar bijzondere en zeldzame planten en heb daardoor Onszaden.nl gevonden.

Ananasguave (Feijoa sellowiana) Bittermeloen (Momordica charantia) Kruidje-roer-mij-niet (Mimosa pudica)
v.l.n.r.: Ananasguave (Feijoa sellowiana), bittermeloen (Momordica charantia) en kruidje-roer-mij-niet (Mimosa pudica)

Met welke planten ben je begonnen? Wat waren je eerste planten?

Mijn eerste planten waren vleesetende planten. Ik begon dus met de Sarracenia flava, maar ging al snel verder met Dionaea muscipula en Nepenthes.

Hoe ziet je collectie er nu uit? Welke planten heb je tot kieming gekregen en doen het nu goed?

Mijn collectie bestaat nu uit meer dan 100 planten. Ik heb al de hamburgerboon, katoen, stervrucht, lampenpoetser, rijst, egellelie, Indische  rubberboom, grijze knikkernoot, bittermeloen, ananasguave, sponscourgette, trots van Mandeira, gebakken-ei-boom, zoethout, portugese pijpbloem, kruidje-roer-mij-niet, Passiflora antioquiensis, cashew, dansende plant, zeehart en zwarte parelboom tot kieming gekregen.

Cashew (Anacardium occidentale) Portugese pijpbloem (Aristolochia baetica) Sponscourgette (Luffa cylindrica)
v.l.n.r.: Cashew (Anacardium occidentale), Portugese pijpbloem (Aristolochia baetica) en sponscourgette (Luffa cylindrica)

Waar houd je deze planten? Heb je ook een tuin of houd je alles binnen?

De meeste planten houd ik binnen, maar planten zoals zoethout, ananasguave, trots van Manderia, lampenpoetser en sponscourgette staan wel buiten. De lampenpoetser en trots van Mandeira gaan ‘s winters naar binnen.

Wat zijn je ervaringen met zaaien? Is het lastig om sommige soorten tot kieming te krijgen of valt het voor de meeste soorten juist mee? Heb je nog tips?

Voor het zaaien gebruik ik een terrarium met een verwarming zodat ik zelf de temperatuur kan bepalen. De meeste zaadjes zijn gelukt om tot kieming te krijgen. Maar er zijn ook een aantal zaden die niet zijn gelukt om te kweken. Als je meerdere zaden van een soort hebt, zou ik ze niet allemaal tegelijk zaaien, dan kan je het altijd nog op een andere manier opnieuw proberen.

Dansende plant (Desmodium gyrans) Grijze knikkernoot (Caesalpinia bonduc) Zeehart (Entada gigas) Zwarte parelboom (Majidea zanguebarica)
v.l.n.r.: Dansende plant (Desmodium gyrans), grijze knikkernoot (Caesalpinia bonduc), zeehart (Entada gigas) en zwarte parelboom (Majidea zanguebarica)

Welke soorten staan op je verlanglijstje? Welke zaden zou je het eerst willen laten kiemen?

Ik heb heel veel soorten op mijn verlanglijstje staan met onder andere de colaboom, mirakelbes, cacao en de zandbakboom. Maar mijn verlanglijstje houdt nooit op zolang er nieuwe soorten bijkomen op Onszaden.nl.  Als liefst zou ik de Hydnora africana willen laten kiemen, maar dat is heel lastig.

Heb je al plantenplannen voor later? Wil je iets over planten studeren? En wat zou je later willen worden?

Ik neem later een grote kas waar mijn planten in kunnen. Ik wil zeker over planten (en dieren) gaan studeren en zou het heel leuk vinden om hier later als beroep iets mee te gaan doen.

Hamburgerboon (Mucuna sloanei) Lampenpoetser (Callistemon citrinus) Stervrucht (Averrhoa carambola)
v.l.n.r.: Hamburgerboon (Mucuna sloanei), lampenpoetser (Callistemon citrinus) en stervrucht (Averrhoa carambola)

Indische rubberboom (Ficus elastica) Trots van Madeira (Echium fastuosum) Zoethout (Glycyrrhiza glabra)
v.l.n.r.: Indische rubberboom (Ficus elastica), Trots van Madeira (Echium fastuosum) en zoethout (Glycyrrhiza glabra)

 

 

 

 



De drakenwortel (Dracunculus vulgaris) in de tuin van Arjen en Esther Kersten
Door Arjen Kersten

Dit is het verhaal van onze Dracunculus Vulgaris, een plant die je letterlijk de adem beneemt met zijn schoonheid maar vooral de kadaverlucht die hij verspreidt in de week dat hij in volle bloei staat.
15 jaar geleden stond de 'moeder' van deze plant bij familie in de tuin toen werd besloten dat wij en onze zwager een stukje zouden meekrijgen om in de eigen tuin te planten. De moederschijf of -knol werd uit de aarde opgegraven en werd in 3-en gebroken. Een derde deel ging weer terug waar de grote schijf altijd had gezeten, een derde deel werd in een tuin in Weesp gepland en een derde deel ging bij ons in de voortuin. Het originele deel is nooit meer opgekomen, het deel in Weesp is nooit aangeslagen en bij ons staan er nu na 15 jaar 12-14 bloemen te pronken in juni en wordt de bossage steeds groter en hoger. Het is telkens weer een grote verrassing hoe onze 'penisplant' er dit jaar uit komt te zien. En vanaf het moment dat de eerste punten uit de aarde opkomen houdt deze plant ons tot aan zijn bloei geboeid met zijn groeiwijze. Hij staat bij ons in een beschutte inham tussen twee bijkeukens in op een zacht grondje, uit de wind en meer schaduw dan volle zon. De plant is inmiddels 2 meter hoog en moet gestut worden, anders liggen bij de eerste de beste regenbui de stengels plat.

Een aantal jaren geleden, toen de plant had gebloeid en al op zijn retour was werden de stengels door een stel kwajongens afgebroken en ergens bij buren verderop in de bosjes gezet bij wijze van grap. Wat ons opviel was dat het jaar erop er 2 à 3 stengels bijkwamen en het jaar later weer. Zou het dan zo zijn dat deze plant net werkt als een bloembol: als je de bloem verwijderd groeit de bol/knol in de grond wat harder door? Tot dan toe hadden we de stengels altijd keurig een stukje boven de aarde afgeknipt als het een zielig hoopje sprietjes was geworden. Vanaf dat moment zijn we de stengels korter na de bloei gaan verwijderen en jongt het elk jaar weer aan met stengels en bloemen.

Dit jaar waren de kelken bijzonder groot en toen het bloemblad of de schede begon in te drogen viel het ons op dat aan de stam van de bloem er zaden waren ontstaan die eruit zagen als een groen maïskolfje. Via internet kwamen we erachter dat als we ze lieten zitten, ze op den duur oranje zouden kleuren en dan zou je ze kunnen 'oogsten'. De ene website zegt dat je ze mét vruchtvlees moet planten, de ander zegt dat je ze met handschoenen aan (delen van deze plant zijn giftig) van het vruchtvlees moet ontdoen.
Het is nu natuurlijk de sport om te zien of we er toch een aantal van zaad af kunnen opkweken!

Dus nee, het is geen geschikte plant voor de zitkuil buiten en voor een tuin waar huisdieren en/of kinderen  rondlopen (delen zijn giftig) en een week in het jaar is hij niet te harden vanwege de stank (die hij afscheid om aasvliegen aan te trekken die zorgen voor de bestuiving; niet alle bloemen doen dit dus met honing, op zich al een markant gegeven) en de vliegen die er omheen zwermen. Maar o, o, in die week dat de bloemen bloeien: wat zijn de zijdachtige, diep paars/zwarte enorme kelken indrukwekkend met de grote paarse stamper die daar weer uitsteekt (vandaar de bijnaam 'penisplant') op de hoge stelen en de prachtige grote groene vingervormige bladeren. De Dracunculus Vulgaris is een bizarre, unieke plant die fascineert en zeker spraakmakend is voor iedereen die er langs loopt als hij bloeit en mensen zich doet afvragen waar in de tuin iets doods ligt te vergaan......

Groet,
Arjen & Esther
Zaandam, september 2014

De Dracunculus vulgaris zelf proberen? De zaden vindt u in de webwinkel:
https://www.onszaden.nl/dracunculus-vulgaris




                                                                                                                                             
Mijn avontuur in het plantenrijk
door Dirk Mullaert

Van toen ik nog een kleine jongen was, ben ik geïnteresseerd in het dieren- en plantenrijk.
Ik vond alles steeds boeiend en experimenteerde met het afnemen van zaad en scheutjes van planten en was steeds heel blij als ik van een klein zaadje of een kopscheut een volle bloeiende plant kon krijgen.
Nu, vele jaren later, ben ik nog steeds geobsedeerd door de planten. Zelfs zo erg dat ik aan het experimenteren ben met tropische planten. Het geeft je nog dat beetje meer om de uitdaging aan te gaan, iets “speciaals” te doen.

En zo gebeurde het. Plotseling viel ik via internet op de site van onszaden.nl en nam contact op. De eigenaar, Sander Onsman, kon me aan mijn droom helpen: namelijk een jong knolletje van de grootste bloem ter wereld, de Amorphophallus Titanum.
Een bolletje van ongeveer 3 cm met, ik veronderstel, een leeftijd van een goed jaar.
Zie foto 1 en 2 

                                                    

Ik heb me vervolgens verder verdiept in het verzorgen van deze plant en ik kan je vertellen, dat wordt niet simpel !!!! Je hebt zeker een 7-tal jaar nodig om de plant bloeirijp te krijgen, maar, je hebt ook heel veel plaats nodig om dat plantje te laten uitgroeien.
Het blad kan tot 4 à 5 meter hoog worden en zoveel ruimte heb ik niet als gewoon particulier. Niet geklaagd, op 3 jaar tijd is het plantje uitgegroeid naar een bladhoogte
van 1,2 m. en heb ik nog wat tijd om een ander onderkomen te zoeken indien het plantje
groter zou worden. Ondertussen is de knol aangedikt tot een goeie 8 cm en weegt ongeveer 350 gr.
Zie foto 3 en 4.
                                    

Betreft de verzorging doe ik het volgende:
Gezien de knol gevoelig is voor nematoden die bij te sterke ontwikkeling rotting kunnen veroorzaken, steriliseer ik potgrond en humusgrond door deze in de oven op te warmen tot een 120 °C gedurende een half uur en laat alles dan weer afkoelen.
Om de samenstelling van de grond af te werken doe ik er dan nog wat Perlite bij dat de vochtigheidsgraad en de luchtigheid van de samenstelling kan garanderen.
Rond de buitenzijde van de pot wikkel ik een siliconen verwarmingsdraad van 25 W. zodanig dat ik permanent aan de 25°C zit wat de knol en de plant ten goede komt.
Alles zet ik dan in een grotere onderschaal die ik steeds met water vul om de luchtvochtigheid op 80 % te houden. Soms bij extreme droogte in de zomer vernevel ik ook het blad dagelijks 1 à 2 maal opdat we dan tegen de 90 % zitten.
Als meststof gebruik ik graag opgeloste koemest en geef zodanig water dat de grond goed vochtig maar niet doornat is.
Resultaat: het gaat goed met de plant. Alleen, wat te doen als het plafond van de badkamer te laag blijkt te worden ?
Zie foto 5 en 6 (foto 6 is een andere en ietwat grotere knol + 11 cm)

                                                    

Gezien hier in België alleen nog maar 2 Titans hebben gebloeid in de Nationale Plantentuin van Meise te Brussel, denk ik eens contact te moeten opnemen met de plantentuin van de Gentse Universiteit om te zien of ze daar geïnteresseerd zijn mijn “plantje”  verder te verzorgen en tot bloei trachten te krijgen.
 
Ik kan nu alleen maar afwachten hoe het verder gaat met mijn “lievelingetje” en één ding kan ik zeggen, als ik Sander niet had ontmoet, dan zou ik nooit mijn grootste droom kunnen verwezenlijken. Waarvoor dank Sander !!!
 
Meerdere foto’s van deze indrukwekkende plant kan je terugvinden op mijn
Facebook-adres
 
Vriendelijke groet uit Gent

Dirk Mullaert