Deze mangrovesoort komt voor langs kusten in Zuidoost-Azië tot het oosten van Afrika en groeit in de eb-vloed-zone. Hierdoor staat de plant van nature regelmatig in zout water en dan vaak samen met bomen van het bekende Rhizophora-geslacht. De soort kan in de tropen tot 20 meter hoog groeien en maakt luchtwortels die vooral verticaal naar beneden groeien. De bladeren worden met 15 cm vrij groot en hebben een mooie glans. De bloemen zijn roodwit gekleurd en worden na bestuiving gevolgd door vruchten met daarin 1 zaad. Dit zaad ontkiemt aan de boom, waarbij er een propagule vormt die tot 25 cm lang kan worden. Zodra deze volgroeid is, valt hij van de boom en kan dan als een dobber drijvend op weg naar een plek om te groeien. De lokale bevolking kookt deze propagules om te kunnen eten als groente en ook het hout van de boom is populair. Dat is namelijk ongevoelig voor rotting, waardoor het veel wordt gebruikt voor bijv. constructies, kano’s en telefoonpalen.Â
De soort kan worden gehouden als kamerplant en bijv. ook in een aquarium of palludarium. Zorg daarbij voor een modderig substraat met ook wat zand en een permanent laagje water. De temperatuur van het water kan het beste minimaal 20 grC zijn voor een goede groei, en de plant groeit zowel in zoet, zout als brak water. Een lichte standplaats met zonlicht (of kunstmatig licht) heeft de voorkeur.Â
Zaaibeschrijving: Plant de propagule met de onderkant (waar de wortels groeien) in substraat van minimaal een paar cm diep. Het waterpeil kan ergens tussen de bodem en de groeipunt uitkomen. Een temperatuur van 25-30grC is optimaal voor de eerste ontwikkeling.Â
Â