Deze zeldzame Licuala-soort komt oorspronkelijk uit de moerasbossen van Zuidoost-Azië. De soort is goed aangepast aan natte omstandigheden en kan periodes van overstromingen tot zes maanden per jaar verdragen. Hier komt ook zijn naam vandaan: paludosa betekent 'van het moeras'. De palm heeft ronde, waaiervormige bladeren, die ongeveer 1 meter in diameter kunnen worden. De bladstelen, die de bladeren ondersteunen, zijn bedekt met kleine zwarte doornen als bescherming tegen herbivoren. De plant is vooral bekend om de kleur van de bladstelen, waaraan deze de bijnaam 'gouden licuala' te danken heeft. In de volle zon zijn ze oranje, terwijl ze in schaduwrijke omgevingen vaak meer geelgroen kleuren.
De palm groeit in de onderste laag van het bos en bereikt daar meestal een maximale hoogte van ongeveer 6 meter. Door de meerstammige groeiwijze kan de plant zich tot enkele meters in de breedte uitbreiden. Deze dichte vorm maakt het een leuke kamerplant, omdat zelfs kleinere planten er vol en goed ontwikkeld uitzien. Planten houden van een hoge luchtvochtigheid, een lichte maar schaduwrijke standplaats en een constant vochtige, goed doorlatende grond. Besproei de bladeren regelmatig om de luchtvochtigheid op peil te houden.
Zaaibeschrijving: De zaden kunnen direct worden gezaaid in een goed doorlatende grond, bijvoorbeeld zaaigrond en Sphagnum-mos. Voor de eerste ontwikkeling is een temperatuur van 25 tot 30 °C optimaal.